ECLI:NL:CRVB:2013:BY8768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde handel in auto’s en handelswaar
Appellanten ontvingen sinds 2003 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding over inkomsten uit autohandel en verkoop via marktplaats.nl startte het college een onderzoek. Dit leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand over de periode april 2004 tot maart 2009 en terugvordering van €36.229,96.
Appellanten voerden aan dat zij slechts tegen geringe vergoeding kentekens op hun naam zetten en dat zij niet de eigenaren waren, en dat zij niet de kans hadden gehad een advocaat te raadplegen. De Raad oordeelde dat artikel 6 lid 3 EVRM Pro niet van toepassing is op deze bestuursrechtelijke procedure en dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen.
De Raad stelde vast dat het grote aantal kentekenregistraties en het ontbreken van een administratie het aannemelijk maken van het recht op bijstand onmogelijk maakte. De stelling dat transacties met familieleden buiten beschouwing moesten blijven, werd verworpen. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij slechts tegen geringe vergoeding handelden.
Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.