ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering na verstrijken maximale termijn en geen werkhervatting
Appellant was werkzaam als logistiek medewerker en viel op 25 augustus 2008 uit met psychische en lichamelijke klachten. Hij ontving een Ziektewetuitkering tot 22 augustus 2010, waarna het UWV het recht op een WIA-uitkering en de ZW-uitkering beëindigde. Appellant meldde zich opnieuw ziek op 16 september 2010, maar het UWV weigerde een nieuwe ZW-uitkering omdat de maximale termijn van 104 weken was verstreken en hij niet binnen vier weken was hervat in ander werk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de nieuwe ziekmelding binnen vier weken na het einde van de uitkering viel, maar dat geen werkhervatting had plaatsgevonden, waardoor geen nieuwe ZW-uitkering kon worden toegekend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de datum van ziekmelding onduidelijk was en dat de ziekmelding van 16 september 2010 als een nieuwe ziekmelding had moeten worden gezien. Ook stelde hij dat hij onvoldoende was geïnformeerd over zijn rechten en plichten.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak de maximale termijn van 104 weken inclusief de samentellingsregel geldt voor perioden van arbeidsongeschiktheid die elkaar binnen vier weken opvolgen, tenzij sprake is van werkhervatting en een andere oorzaak van ongeschiktheid. Omdat appellant niet had hervat in ander werk en de ziekmelding binnen vier weken na het einde van de uitkering viel, was de weigering van het UWV terecht.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.