ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking bijstand wegens woonadres tijdens renovatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde dat appellant tijdens een ingrijpende renovatie van zijn woning niet op het opgegeven adres woonde en dat hij dit niet had gemeld, waardoor bijstand onterecht werd verleend. Het college herzag de bijstand en vorderde terugbetaling.
De sociale recherche voerde onderzoek uit, waaronder observaties, verklaringen van buurtbewoners en betrokkenen bij de renovatie. Hoewel appellant de nachten elders doorbracht, was hij overdag regelmatig aanwezig op zijn woning en behield hij het woonadres met een tijdelijk karakter vanwege de renovatie.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant zijn woonadres had gewijzigd en dat appellant zijn inlichtingenplicht niet had geschonden. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en herroept de eerdere besluiten. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd.