ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV over omvang zelfstandige werkzaamheden vanaf september 2008
Appellant ontving WW- en TW-uitkeringen die het UWV op grond van een fraudeonderzoek introk met ingang van 9 juni 2008, omdat appellant vanaf die datum volledig als zelfstandige zou hebben gewerkt. De rechtbank oordeelde dat appellant niet eerder dan 1 september 2008 als zelfstandige actief was en vernietigde het besluit. Het UWV stelde vervolgens het intrekkingsbesluit vast met ingang van 1 september 2008.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij pas vanaf 1 juni 2009 als zelfstandige werkte en betwistte de omvang van de werkzaamheden in september 2008. Het UWV baseerde zich op verklaringen van inspecteurs en getuigen, facturen en administratie. De Raad concludeert dat appellant vanaf 9 september 2008 als zelfstandige werkzaam was, maar dat het UWV niet heeft onderzocht of de omvang van die werkzaamheden gelijk was aan de latere situatie in 2009.
De Raad oordeelt dat het besluit niet voldoet aan de eis van een deugdelijke motivering omdat het UWV geen zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de omvang van de werkzaamheden vanaf september 2008. Daarom wordt het besluit vernietigd en het UWV opgedragen het gebrek te herstellen door een nieuwe schatting te maken op basis van een voldoende en zorgvuldig onderzoek. De Raad wijst erop dat het uitgangspunt moet zijn dat appellant vanaf 9 september 2008 werkzaam was als zelfstandige.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met een zorgvuldige schatting van de omvang van de werkzaamheden vanaf 9 september 2008.