ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg
Appellant en [B.] ontvingen bijstand, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf een terugvordering instelde wegens het niet naleven van het verzorgingscriterium in de WWB. Na onderzoek door de Sociale Recherche Fryslân en diverse verklaringen van betrokkenen en getuigen, concludeerde het college dat appellant en [B.] een gezamenlijke huishouding voerden en zorg voor elkaar droegen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoofdverblijf van appellant bij [B.] was en dat de wederzijdse zorg voldoende was aangetoond door gezamenlijke boodschappen, gedeelde kosten zonder verrekening, wasverzorging en een gezamenlijk verblijf in Suriname. De verklaringen van appellant, [B.] en getuigen werden als betrouwbaar beoordeeld, ondanks latere intrekkingen.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt dat het niet vereist is dat de zorg gelijkwaardig is, slechts dat deze niet volstrekt eenzijdig is geweest.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant en [B.] een gezamenlijke huishouding voerden met wederzijdse zorg, waardoor terugvordering van bijstand aan appellant terecht is.