ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging no-risk polis wegens ontbreken aanmerkelijk verhoogd risico
Appellante heeft na een periode van ziekte en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid een dienstverband van 20 uur per week bij een werkgever. De werkgever verzocht het UWV om verlenging van de no-risk polis, omdat de beperkingen blijvend van aard zouden zijn en er na vijf jaar nog steeds behoefte zou zijn aan vangnetvoorziening.
Het UWV wees dit verzoek af omdat zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat het criterium van een aanmerkelijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten niet werd gehaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV een juiste toetsingsmaatstaf had gehanteerd.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV zich op verouderde gegevens had gebaseerd. De Raad oordeelde dat de medische informatie, waaronder rapportages van artsen en MRI-onderzoeken, geen aanwijzingen gaf voor een progressieve aandoening of een sterk wisselend ziektebeeld met een aanzienlijk verhoogd risico.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de no-risk polis te verlengen wegens het ontbreken van een aanmerkelijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten.