Uitspraak
OVERWEGINGEN
aanzienlijk(cursivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep) verhoogd risico op arbeidsverzuim.
Centrale Raad van Beroep
Werkneemster, met een langdurige arbeidsongeschiktheid en rolstoelafhankelijkheid, maakte aanspraak op verlenging van de no-riskpolis op grond van artikel 29c van de Ziektewet. Het UWV wees dit af op basis van een beperkte beoordeling van het ziekteverloop in de laatste no-riskperiode en een gehanteerde grens van 30% ziekteverzuim.
De rechtbank stelde dat het UWV niet voldoende had gekeken naar het gehele ziektebeeld en de toekomstige risico's, maar beperkte zich tot het verleden van de laatste polisperiode. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beoordeling niet beperkt mag zijn tot de laatste no-riskperiode, maar een prognose moet omvatten van het te verwachten risico op ernstige gezondheidsklachten.
De Raad oordeelt dat het UWV een onjuiste invulling heeft gegeven aan het criterium van een aanzienlijk verhoogd risico en onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden van werkneemster. Daarom is het bestreden besluit zowel op zorgvuldigheids- als motiveringsgronden niet houdbaar en moet het UWV binnen acht weken het besluit herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de no-riskpolis en het recht op ziekengeld te herstellen vanwege onjuiste risicobeoordeling en onvoldoende motivering.