ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dwangsom bij tijdige besluitvorming bijzondere bijstand medische kosten
Appellant vroeg bijzondere bijstand voor kosten van voedingssupplementen en cannabis op medische gronden aan via een formulier voor categoriale bijzondere bijstand. Het college wees deze aanvraag af omdat medische kosten niet onder de regeling vielen, maar verwees appellant door naar individuele bijzondere bijstand. Appellant stelde dat het college een dwangsom verschuldigd was omdat het besluitvormingsproces pas met latere besluiten was afgerond.
De Raad oordeelde dat het college met het besluit van 3 maart 2011 het besluitvormingsproces had afgerond, omdat het formulier specifiek voor categoriale bijzondere bijstand was en het college niet verplicht was dit als een aanvraag voor individuele bijzondere bijstand te behandelen. De doorverwijzing naar individuele bijstand was een coulancehandeling.
De Raad verwierp het betoog dat het college niet het vereiste maatwerk had geleverd en bevestigde dat de wettelijke termijn voor besluitvorming niet was overschreden, zodat geen dwangsom verschuldigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het college had tijdig besloten en was geen dwangsom verschuldigd; het hoger beroep werd ongegrond verklaard.