Eiser, een student die studiefinanciering ontvangt, vroeg een eenmalige energietoeslag aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Deze aanvraag werd afgewezen op grond van het gemeentelijke beleid dat studenten met studiefinanciering categorisch uitsluit van de toeslag.
Eiser voerde aan dat deze uitsluiting in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en niet legitiem, doelmatig en proportioneel is. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de meervoudige kamer waarin is vastgesteld dat studenten doorgaans anders gehuisvest zijn en lagere energiekosten hebben, wat de uitsluiting rechtvaardigt.
Hoewel eiser kritiek had op de gehanteerde cijfers en beleidskeuzes, oordeelt de rechtbank dat de categoriale bijzondere bijstand een grofmazig instrument is dat enige over- en ondercompensatie toelaat. Tevens wordt opgemerkt dat individuele bijzondere bijstand als alternatief beschikbaar is voor studenten die financieel in problemen zijn geraakt.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit maar passeert dit omdat eiser hierdoor niet is benadeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.