ECLI:NL:CRVB:2020:2433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eerste huur en inrichtingskosten bij beschermingsbewind
Appellante, onder beschermingsbewind geplaatst, vroeg bijzondere bijstand aan voor eerste huur en inrichtingskosten bij verhuizing naar een zelfstandige woning. Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam wees de aanvraag af wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden en voldoende reserveringscapaciteit.
De rechtbank oordeelde dat het college een motiveringsgebrek had, maar dit werd hersteld. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit laatste oordeel.
De Raad stelde vast dat de kosten incidenteel en algemeen zijn en in principe uit het bijstandsniveau betaald moeten worden. Beschermingsbewind en gezondheidsproblemen rechtvaardigen geen bijzondere omstandigheden, omdat reserveren mogelijk was. Daarnaast geldt de Wmo als voorliggende voorziening voor medische gronden, waardoor bijzondere bijstand niet toekwam.
Het college hoefde de aanvraag niet ambtshalve als Wmo-aanvraag te behandelen. Appellante had zelf de mogelijkheid om zich te informeren en een Wmo-aanvraag in te dienen. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor eerste huur en inrichtingskosten wordt bevestigd.