ECLI:NL:CRVB:2020:2432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor ergonomische hulpmiddelen wegens voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet
Appellante vroeg bijzondere bijstand voor de aanschaf van ergonomische hulpmiddelen voor privégebruik. De gemeente Alkmaar wees dit af omdat deze kosten behoren tot de algemeen gebruikelijke kosten van het bestaan en uit het inkomen moeten worden voldaan. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een onjuiste grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellante dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) niet als passende voorliggende voorziening kan gelden en dat zij op grond van gemeentelijk beleid recht heeft op bijzondere bijstand. De Raad oordeelde dat de Zvw volgens vaste rechtspraak wel degelijk een passende voorliggende voorziening is en dat het college het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent toepast door de aanvraag af te wijzen.
Voorts stelde appellante dat de kosten noodzakelijk zijn voor haar re-integratieverplichting, maar de Raad wees dit af omdat de aanvraag niet betrekking had op re-integratie en een aparte aanvraag daarvoor nodig was. Ook een verzoek tot vergoeding van in bezwaar gemaakte kosten werd afgewezen omdat het primaire besluit niet werd gewijzigd.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor ergonomische hulpmiddelen wordt bevestigd.