ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-ingezetenschap in Zwolle
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB vanaf 27 september 2007, maar het college van burgemeester en wethouders van Zwolle stelde twijfel over haar woonplaats vast. Een onderzoek door de sociale recherche bracht aan het licht dat appellante niet daadwerkelijk in Zwolle woonde, maar vermoedelijk in Duitsland bij haar huidige echtgenoot.
De verklaringen van haar twee ex-echtgenoten, ondersteund door getuigenverklaringen van buren, huisbezoeken en gegevens over water- en energieverbruik, wezen uit dat appellante niet op de opgegeven adressen in Zwolle verbleef. Appellante voerde aan dat de verklaringen belastend waren en dat zij de schijn wilde ophouden dat haar huwelijk nog bestond, maar dit werd verworpen.
De rechtbank had het beroep tegen het besluit van het college om de bijstand in te trekken en terug te vorderen ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellante vanaf 27 september 2007 geen recht had op bijstand omdat zij niet haar hoofdverblijf in Zwolle had. De vrijspraak in de strafprocedure wegens uitkeringsfraude doet hieraan niet af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.