ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening recht op kinderbijslag wegens verlies ingezetenschap na verhuizing naar Turkije
Betrokkene kreeg kinderbijslag toegekend vanaf het vierde kwartaal van 2005. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag dit recht omdat betrokkene in juli 2005 naar Turkije was verhuisd en sindsdien geen ingezetene meer was. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en oordeelde dat het ingezetenschap pas op 6 februari 2006 was verloren.
In hoger beroep stelde betrokkene dat hij recht had op kinderbijslag zolang hij ingeschreven stond bij de gemeente Oss en dat het ingezetenschap geleidelijk eindigde. De Raad stelde vast dat de maatstaf voor ingezetenschap volgens de Hoge Raad is dat er een duurzame persoonlijke band met Nederland moet zijn.
Uit feiten bleek dat betrokkene sinds juli 2005 in Turkije woonde, zijn huis in Nederland had verkocht en zijn kinderen onderwijs volgden in Turkije. Hoewel hij nog een adres in Nederland had, was dit slechts een correspondentieadres. De Raad concludeerde dat betrokkene vanaf het vierde kwartaal van 2005 geen ingezetene meer was.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank behalve voor proceskosten en griffierecht en liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Betrokkene was vanaf het vierde kwartaal van 2005 geen ingezetene meer en had daardoor geen recht op kinderbijslag volgens de AKW.