ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellante ontving bijstand van 2003 tot 2009 en werd verdacht van het niet wonen op het opgegeven uitkeringsadres in de periode 22 juli 2008 tot 30 juni 2009. Het college herzag de bijstand en vorderde terugbetaling wegens vermeende onrechtmatigheid.
Het college baseerde zich op een rapport van een buitengewoon opsporingsambtenaar, afsluiting van gas en elektra, getuigenverklaringen en laag waterverbruik. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante niet op het adres woonde.
De Centrale Raad oordeelt dat het rapport geen proces-verbaal is en onvoldoende feitelijke grondslag biedt. De getuigenverklaringen zijn summier en onvolledig, en het waterverbruik is niet zodanig laag dat bewoning kan worden uitgesloten. Appellante heeft plausibele uitleg gegeven over haar situatie.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en het eerdere herzieningsbesluit, verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde.