ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete wegens schending inlichtingenplicht bij WW-uitkering
Appellant ontving vanaf 19 oktober 2006 een WW-uitkering op basis van een volledig arbeidsurenverlies. Het UWV herzag deze uitkering vanwege werkzaamheden als zelfstandige die appellant niet had gemeld, en vorderde onverschuldigde betalingen van €26.373,13 terug. Tevens werd een boete van €2.269,- opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht een schatting maakte van de gewerkte uren, mede gebaseerd op een verklaring van appellant tegenover een inspecteur. Appellant betwistte in hoger beroep de juistheid van deze verklaring en voerde aan dat hij niet 20 uur per week als zelfstandige werkte.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het UWV mocht uitgaan van de verklaring van appellant, omdat geen bewijs was dat deze onder onaanvaardbare druk was afgelegd. Het niet melden van zelfstandige werkzaamheden en het onjuist invullen van werkbriefjes leidde tot een ernstige overtreding van de inlichtingenplicht, waarvoor de opgelegde boete proportioneel en terecht was.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een aanvulling dat de boete evenredig is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WW-uitkering en de oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.