ECLI:NL:CRVB:2013:CA0747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen het besluit van het UWV om een loonsanctie op te leggen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het kader van de Wet WIA.
De werkgever had het eerste spoor ingezet door passende arbeid aan te bieden, maar de werkneemster weigerde deze arbeid vanwege werktijden. Het UWV en de rechtbank oordeelden dat de werkgever onvoldoende had gedaan om het tweede spoor tijdig te starten, waardoor re-integratiemogelijkheden verloren gingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat hoewel het begrijpelijk was dat de werkgever bleef inzetten op het eerste spoor, het na de weigering van de werkneemster noodzakelijk was om ook het tweede spoor te activeren. Dit was niet gebeurd, waardoor de loonsanctie terecht gehandhaafd blijft.
De Raad wijst erop dat het aanbod van passende arbeid laat in het tweede ziektejaar werd gedaan en dat de werkgever had moeten anticiperen op de weigering door de werkneemster. De onvoldoende re-integratie-inspanningen leiden tot de bevestiging van de loonsanctie en afwijzing van het hoger beroep.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wordt bevestigd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.