ECLI:NL:CRVB:2013:CA0925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving samen met haar partner bijstand op grond van de WWB. Na onderzoek van de sociale recherche bleek dat de partner zelfstandige werkzaamheden verrichtte en inkomsten verwierf, zonder dit te melden aan het college. Hierdoor werd de bijstand over een bepaalde periode ingetrokken en teruggevorderd, en werd de bijstand met 40% verlaagd wegens recidive.
Appellante voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de zelfstandige activiteiten van haar partner, die psychische problemen had en in schuldsanering zat, en dat zij de inlichtingenformulieren naar waarheid had ingevuld. Zij stelde dat er dringende redenen waren om af te zien van intrekking en terugvordering.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende grondslag boden voor de conclusie dat de partner inkomsten had uit zelfstandige werkzaamheden. In het kader van gezinsbijstand worden beide partners als eenheid gezien, waardoor onbekendheid met elkaars activiteiten niet tot vrijstelling leidt. De door appellante aangevoerde omstandigheden en het ontbreken van medische gegevens waren onvoldoende om af te zien van intrekking en terugvordering of de verlaging te matigen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de verlaging met 40% worden bevestigd.