ECLI:NL:CRVB:2013:CA1522

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-2478 WAO-R
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak over partijstelling en heropening onderzoek in WAO-procedure

De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 mei 2013 een uitspraak tot rectificatie gedaan van haar eerdere uitspraak van 28 november 2012 in zaaknummer 12/2478 WAO. In de oorspronkelijke uitspraak was in overweging 4.2.7 en in de beslissing abusievelijk het UWV niet als partij in de procedure 12/5932 BESLU vermeld. De Raad heeft partijen de gelegenheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over deze rectificatie, maar er is geen reactie ontvangen.

De rectificatie houdt in dat met verdragsconforme toepassing van artikel 8:26 van Pro de Awb naast het UWV ook de Staat der Nederlanden (de minister van Veiligheid en Justitie) als partij in de procedure wordt aangemerkt. Tevens wordt bepaald dat het onderzoek onder de nummers 12/5932 BESLU en 13/1490 BESLU wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens mogelijke overschrijding van de redelijke termijn.

De gerectificeerde uitspraak vervangt de oorspronkelijke, die van de publicatielijst wordt verwijderd. De beslissing is genomen door voorzitter Goorden en leden Van den Corput en Van der Kris, in aanwezigheid van griffier Rijnen, en uitgesproken in het openbaar.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep rectificeert de partijstelling en heropent het onderzoek in de WAO-procedure.

Uitspraak

12/2478 WAO-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 28 november 2012, 12/2478 WAO
Partijen:
A. Andour te Gouda [A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 29 mei 2013
PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 28 november 2012 een kennelijke fout in overweging 4.2.7 en in de beslissing bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is gebeurd bij brief van 22 maart 2013. In deze brief is vermeld dat indien er binnen de in deze brief gegeven termijn geen reactie wordt ontvangen de Raad ervan uitgaat dat men geen bezwaar heeft tegen de rectificatie.
Partijen hebben op de brief van 22 maart 2013 niet gereageerd.
OVERWEGINGEN
1. In de rubriek “Overwegingen” onder 4.2.7 en in de rubriek “Beslissing” is het Uwv abusievelijk niet als partij aangemerkt in de procedure 12/5932 BESLU.
De juiste weergave van de laatste zin van rechtsoverweging 4.2.7 moet zijn:
“ Met verdragsconforme toepassing van artikel 8:26 van Pro de Awb
merkt de Raad daarbij naast het Uwv de Staat der Nederlanden
(de minister van Veiligheid en Justitie) aan als partij in die procedure.
De juiste beslissing met betrekking tot de heropening van het onderzoek moet zijn:
“ bepaalt dat het onderzoek onder nummers 12/5932 BESLU en 13/1490 BESLU wordt
heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent
appellants verzoek om schadevergoeding met betrekking tot een
nadere uitspraak omtrent appellants verzoek om schadevergoeding
met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke
termijn, en merkt tevens de Staat der Nederlanden
(de minister van Veiligheid en Justitie) aan als partij in die procedure.”
2. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJN-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 28 november 2012,
12/2478 WAO, met de wijzigingen als in rechtsoverweging 1 is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J.J.T. van den Corput en
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2013.
(getekend) C.P.J. Goorden
(getekend) R.L. Rijnen