ECLI:NL:CRVB:2013:CA1632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen inhouding ouderdomspensioen wegens executoriaal beslag
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, die het bezwaar tegen een inhoudingsbesluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) ongegrond verklaarde. De Svb hield maandelijks € 918,66 in op het ouderdomspensioen van verzoeker vanwege een executoriaal beslag met een beslagvrije voet van € 0,00.
De rechtbank oordeelde dat de Svb niet bevoegd is de geldigheid van het beslag te toetsen en dat verzoeker zich voor de hoogte van de beslagvrije voet tot de deurwaarder of civiele rechter moet wenden. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en wees het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Daarnaast werd meegedeeld dat de beslagvrije voet vanaf februari 2013 door de deurwaarder is vastgesteld op € 913,-, waarna ten onrechte ingehouden bedragen zijn terugbetaald. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen grond bestaat voor een voorlopige voorziening en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries namens de Centrale Raad van Beroep op 31 mei 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt geweigerd.