ECLI:NL:CRVB:2013:CA1919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag met terugwerkende kracht en bijzondere bijstand taxatiekosten
Appellant ontving sinds 2000 bijstand, die in 2007 werd ingetrokken wegens het niet opgeven van vermogen en inkomsten. Na meerdere pogingen tot hernieuwde bijstandsaanvragen, waarvan één in augustus 2007 waarbij geen formele aanvraag werd ingediend, vroeg appellant in juni 2009 bijstand met terugwerkende kracht aan vanaf mei 2007, inclusief bijzondere bijstand voor taxatiekosten van een boot uit 2007.
Het college verleende bijstand vanaf juni 2009, maar wees eerdere aanvragen en de bijzondere bijstand af vanwege het ontbreken van een tijdige aanvraag en het feit dat de taxatiekosten al voldaan waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant ondanks mogelijke druk in 2007 niet tijdig opnieuw een aanvraag heeft ingediend en dat het college terecht de aanvraag met terugwerkende kracht heeft afgewezen. Ook de bijzondere bijstand werd terecht geweigerd omdat de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van twaalf maanden na factuurdatum was ingediend en appellant onvoldoende medische redenen had aangevoerd om deze termijn te overschrijden.
De Raad concludeerde dat het college conform het buitenwettelijk begunstigend beleid heeft gehandeld en dat appellant geen recht heeft op bijstand met terugwerkende kracht of bijzondere bijstand voor de taxatiekosten. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht en de aanvraag om bijzondere bijstand voor taxatiekosten worden afgewezen.