ECLI:NL:CRVB:2013:CA3207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep bij opschorting bijstandsuitkering en afwijzing schadevergoeding
Appellant ontving bijstand sinds 2002 en kreeg bij besluit van 26 maart 2008 zijn uitkering opgeschort vanwege het niet verschijnen bij een gesprek voor een rechtmatigheidsonderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het opschortingsbesluit en herroepen het, maar wees het verzoek om schadevergoeding af wegens gebrek aan bewijs van geleden schade.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank zijn beroep had moeten doorzenden vanwege samenhang met een andere procedure en dat zijn bezwaar niet onredelijk laat was ingediend. Tevens vorderde hij een volledige inhoudelijke behandeling en erkenning van openstaande nabetalingen en schadevergoedingen. De Raad oordeelde dat er geen samenhang was met de andere procedure en dat appellant geen procesbelang had omdat het primaire besluit al was herroepen.
Daarnaast kon appellant niet aannemelijk maken dat hij schade had geleden door het besluit of het uitblijven van een besluit op bezwaar. Ook was er geen grond voor een dwangsom wegens het uitblijven van een besluit. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.