Uitspraak
OVERWEGINGEN
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij voert hierbij
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand na het overlijden van haar echtgenoot en kreeg later beschikking over een aanzienlijk erfdeel uit diens nalatenschap, dat onder testamentair bewind stond. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum besloot de bijstand vanaf augustus 2011 in te trekken en de eerder verleende bijstand terug te vorderen.
Appellante stelde dat zij pas vanaf 1 april 2010 aanspraak had op de middelen en dat het testamentair bewind haar feitelijke beschikking over het vermogen belemmerde. De Raad oordeelde dat de aanspraak op het erfdeel ontstaat bij overlijden en dat het bewind de terugvordering niet in de weg staat. Het vermogen was beschikbaar en de bijstandskosten hadden daarmee betaald kunnen worden.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde het besluit tot terugvordering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het aanvullend karakter van bijstand en het belang van terugvordering zodra middelen beschikbaar zijn, ook bij testamentair bewind.
Uitkomst: De terugvordering van bijstandkosten wordt bevestigd ondanks het testamentair bewind over het erfdeel.