Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om wraking af;
- bepaalt dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking van mr. De Vries in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft in hoger beroep een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. De Vries, een van de rechters die het hoger beroep behandelt, wegens vermeende bevoordeling van de tegenpartij en het onder druk zetten van verzoeker tijdens de zitting. Verzoeker stelde dat het recht op een inhoudelijke behandeling werd ontnomen en dat zijn geloofwaardigheid werd betwijfeld. Tevens wees hij op het lidmaatschap van mr. De Vries van een tuchtcommissie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het stellen van kritische vragen door de rechter tot diens taak behoort en dat deze vragen in het kader van de ontvankelijkheid van het bezwaar en hoger beroep waren gesteld. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid, noch aanwijzingen voor bevoordeling of druk. Het lidmaatschap van de tuchtcommissie werd niet als belangenverstrengeling beschouwd.
De Raad concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wees het af. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker misbruik maakt van de mogelijkheid tot het indienen van wrakingsverzoeken, waardoor een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van mr. De Vries wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.