ECLI:NL:CRVB:2026:140
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- E.J.M. Heijs
- J.T.H. Zimmerman
- C.W.C.A. Bruggeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in hoger beroep misbruik van recht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard wegens misbruik van recht. Na de zitting op 19 november 2025 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter H.G. Rottier, die schriftelijk reageerde en niet in de wraking berustte.
De wrakingskamer heeft het verzoek onderzocht, waarbij verzoeker telefonisch werd gehoord en de behandelend rechter niet verscheen. Het proces-verbaal van de zitting werd opgevraagd en aan verzoeker toegezonden, waarop hij reageerde. De wrakingskamer overwoog dat het stellen van kritische vragen door de rechter niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeerde dat de wijze van vraagstelling en bewoordingen geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid bevatten. Ook was er geen grond voor de stelling dat de rechter het UWV had voorgesteld verzoeker 150 keer in de proceskosten te veroordelen. Het verzoek om wraking werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.