ECLI:NL:CRVB:2014:1458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AIO-aanvulling bij vermogen van echtgenote met huwelijkse voorwaarden naar Duits recht
Appellant ontving een AIO-aanvulling op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Zijn echtgenote had een erfenis ontvangen van €40.000, waarvan nog €27.258 over was. Zij waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden naar Duits recht met Gütertrennung, waarbij geen gemeenschap van goederen bestaat.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok de AIO-aanvulling in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug, omdat het gezamenlijke vermogen boven de vrijlatingsgrens lag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het vermogen van de echtgenote meeweegt bij de beoordeling van het recht op AIO.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het vermogen van zijn echtgenote niet relevant is vanwege het Duitse huwelijksgoederenregime en dat hij niet over dat vermogen kan beschikken. De Raad oordeelde dat de wettelijke onderhoudsplicht van echtgenoten prevaleert en dat het vermogen van de echtgenote daarom wel degelijk moet worden betrokken bij de beoordeling van de AIO-aanvulling.
De Raad zag geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering en wees het beroep af. Ook werd geen vergoeding van wettelijke rente toegekend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling worden bevestigd ondanks de huwelijkse voorwaarden naar Duits recht.