Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 8 november 2023 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is op 20 mei 2020 een geregistreerd partnerschap aangegaan en vroeg op 28 april 2023 een AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een pensioen toe volgens de gehuwdennorm, omdat hij niet duurzaam gescheiden leefde van zijn partner. De rechtbank vernietigde dit besluit en kende een ongehuwdenpensioen toe, stellende dat betrokkene en zijn partner een eigen leven leidden zonder intentie tot echtelijke samenleving.
De Svb ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde. De Raad stelde dat het geregistreerd partnerschap een andere juridische situatie schept en dat de feitelijke mate van contact en gezamenlijke activiteiten bepalend is voor duurzaam gescheiden leven. Gezien het frequente contact, gezamenlijke maaltijden, overnachtingen en vakanties concludeerde de Raad dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.
De Raad benadrukte dat het aan de wetgever is om keuzes te maken over de gevolgen van verschillende leefvormen binnen de AOW. Het hoger beroep van de Svb werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het bestreden besluit gehandhaafd, waardoor betrokkene recht houdt op het AOW-pensioen volgens de gehuwdennorm.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep handhaaft de toekenning van het AOW-pensioen aan betrokkene volgens de gehuwdennorm omdat geen duurzaam gescheiden leven is vastgesteld.