ECLI:NL:CRVB:2014:1552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante ontving in 2012 studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten. De Minister herzag dit en kwalificeerde haar vanaf januari 2012 als thuiswonend, waarna een bedrag van €1.905,40 werd teruggevorderd. Dit was gebaseerd op een huisbezoek op het GBA-adres waaruit bleek dat appellante daar niet daadwerkelijk woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd meegewogen dat de hoofdbewoonster toestemming had gegeven voor het huisbezoek en dat er geen persoonlijke bezittingen van appellante op het adres werden aangetroffen. Appellante voerde aan dat zij wel woonde op het adres, maar haar spullen elders lagen en dat de hoofdbewoonster de controleurs niet goed begreep.
De Raad oordeelde dat de toestemming voor het huisbezoek rechtsgeldig was gegeven en dat het rapport van het onderzoek voldoende grond bood voor de conclusie dat appellante niet op het GBA-adres woonde. De Raad vond de stellingen van appellante onvoldoende om twijfel te zaaien over de bevindingen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.