ECLI:NL:CRVB:2014:1648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WAZ-uitkeringsbesluiten na fraudeonderzoek
Appellant ontving sinds 1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, die in 2011 door het Uwv werd verlaagd na een fraudeonderzoek waaruit bleek dat appellant vanaf 2004 werkzaamheden verrichtte in het bedrijf van zijn partner zonder dit te melden. Het Uwv legde tevens een boete op en vorderde onverschuldigd betaalde uitkeringen terug. Appellant verzocht in 2012 om terug te komen op deze besluiten, verwijzend naar gewijzigde belastingaangiften over 2007 en 2008.
Het Uwv wees het verzoek af omdat de gewijzigde fiscale gegevens niet tot een andere beoordeling leidden dan het fraudeonderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, stellende dat het Uwv redelijk heeft gehandeld en de besluiten rechtens onaantastbaar zijn.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het Uwv onjuist artikel 58 WAZ Pro toepaste en dat de driejarentermijn niet in acht werd genomen. Ook stelde hij dat het beroep gegrond had moeten worden verklaard vanwege erkenning van onrechtmatigheid door het Uwv in bezwaar. De Raad oordeelde dat deze gronden geen nieuwe feiten zijn en dat het Uwv terecht het verzoek afwees. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten van het Uwv blijven ongewijzigd gehandhaafd.