ECLI:NL:CRVB:2014:1669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid ondanks ergonomische klachten
Appellante was als uitzendkracht werkzaam bij een callcenter van een gemeentelijk onderdeel en ervoer klachten door een niet goed aangepaste bureaustoel op flexwerkplekken. Zij verzocht het Uwv om vergoeding van een eigen bureaustoel, wat werd afgewezen omdat een goed ingestelde bureaustoel onder de zorgplicht van de werkgever valt.
Na onvoldoende tegemoetkoming van werkgever en uitzendbureau nam appellante ontslag. Het Uwv weigerde daarop een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat er geen sprake was van een acute noodzaak tot ontslag en dat de werkplek passend was ingericht.
De Raad verwierp het beroep van appellante, onder meer omdat zij geen uitstel had gevraagd om de uitkomst van een procedure bij de Commissie Gelijke Behandeling af te wachten en omdat haar psychische gesteldheid en arbeidsomstandigheden geen reden vormden om haar verwijtbaarheid te verminderen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.