Uitspraak
7 maart 2013, 13/283 (aangevallen uitspraak)
N.H. Wichard.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende een aanvraag in voor een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), welke door het college werd afgewezen. Na bezwaar en diverse opschortingen van de beslistermijn, werd de voorziening uiteindelijk toegekend en feitelijk verstrekt. Appellant stelde het college in gebreke wegens niet tijdig beslissen en stelde beroep in tegen deze niet tijdige beslissing.
Het college trok het oorspronkelijke besluit in en nam alsnog een beslissing op bezwaar, waarna appellant zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank wees dit verzoek af omdat geen sprake was van niet tijdig beslissen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de opschortingen van de beslistermijn rechtsgeldig waren en dat het college tijdig een besluit heeft genomen. De Raad oordeelde dat een beoordeling van de opschortingsbeslissingen na intrekking van het beroep niet aan de orde is en dat er geen tegemoetkomen is in de zin van artikel 8:75a Awb. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de proceskostenveroordeling geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de proceskostenveroordeling wordt geweigerd.