Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een melding van de Belastingdienst onderzocht het UWV of appellant onterecht een uitkering ontving terwijl hij slagerswerkzaamheden verrichtte. Het UWV stelde vast dat appellant tussen 1 april 2008 en 31 december 2009 werkzaamheden verrichtte die loon in natura opleverden, en bracht deze inkomsten in mindering op de uitkering, gevolgd door terugvordering van onverschuldigde bedragen.
Appellant voerde aan dat er geen arbeidsrelatie bestond en dat de inkomsten aan medische kosten waren besteed. Ook stelde hij dat een UWV-medewerker hem toestemming had gegeven om bij te verdienen zonder opgaveplicht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De Centrale Raad oordeelde dat de werkzaamheden economische betekenis hadden en dat de loonwaarde redelijk was vastgesteld. De schatting van het UWV werd als redelijk beoordeeld, mede omdat appellant geen concrete tegenbewijs leverde. De terugvordering was verplicht en de boete wegens niet-melding was terecht en evenredig. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en boete en wijst het hoger beroep af.