ECLI:NL:CRVB:2014:2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op vertrouwensbeginsel en goed werkgeverschap bij FLO-vervangende uitkering
Appellant was sinds 2003 in dienst bij Regio Twente en had een afspraak over een FLO-vervangende uitkering gekoppeld aan de Enschedese regeling. Na het vervallen van de FLO-regeling voor gemeenten in 2006 bleef het dagelijks bestuur de afspraken conform de Enschedese regeling handhaven. Een toezegging door een functionaris (T) in 2008 om appellant een uitkering van 85% van de laatste bezoldiging te geven bij het bereiken van 60 jaar, werd niet door het bevoegd orgaan bekrachtigd.
Een extern advies van CAPRA in 2007 stelde dat het dagelijks bestuur niet gehouden was tot toekenning van de 85% uitkering en dat het voorstel niet redelijk was. T heeft het advies bewust niet aan het dagelijks bestuur voorgelegd. In 2012 kende het dagelijks bestuur appellant een uitkering toe van 70% voor twee jaar.
De Raad oordeelt dat de toezegging van T geen bindende toezegging van het bevoegd orgaan was en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Ook het beroep op de verplichting tot goed werkgeverschap wordt verworpen, omdat appellant op de hoogte was van de bevoegdheidsverdeling en het dagelijks bestuur geen signalen gaf om de toezegging alsnog na te komen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Almelo wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel en goed werkgeverschap wordt verworpen en de toekenning van een FLO-vervangende uitkering van 70% wordt bevestigd.