ECLI:NL:CRVB:2014:2158
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst op gebrekkige grondslag weigering uitbreiding hulp bij huishouden en maaltijdservice
Appellante, met een locomotore aandoening en spijsverteringsproblemen, ontving op grond van de Wmo hulp bij het huishouden. Na een tijdelijke uitbreiding van de uren vanwege operaties, werd het aantal uren hulp bij het huishouden door het college beperkt tot 3,5 uur per week, waarbij werd aangenomen dat maaltijdservice de bereiding van maaltijden kon vervangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college onvoldoende heeft onderzocht of de maaltijdservice daadwerkelijk voldeed aan de complexe dieetwensen van appellante, waaronder een lactosevrij, urinezuurarm en cholesterolarm dieet.
Het college had onvoldoende bewijs geleverd dat de geraadpleegde leveranciers passende maaltijden konden leveren, en had ook niet onderzocht of appellante de meerkosten kon dragen. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit daardoor op een onvoldoende deugdelijke grondslag berust en niet in stand kan blijven.
De Raad droeg het college op binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij het college de benodigde uren hulp bij het huishouden opnieuw moet vaststellen en de gevolgen voor het persoonsgebonden budget inzichtelijk moet maken.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van individuele behoeften en de noodzaak van een adequate motivering van bestuursbesluiten in het kader van de Wmo.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit over de hulp bij het huishouden te herzien vanwege onvoldoende onderbouwing van de maaltijdservice als vervanging.