ECLI:NL:CRVB:2014:2379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging langdurigheidstoeslag voor alleenstaanden door gemeentelijke verordening
Appellanten, allen alleenstaanden, hadden aanvragen ingediend voor een langdurigheidstoeslag over 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende deze toeslag toe op basis van een gewijzigde verordening die de toeslag verlaagde van 40% naar 25% van de bijstandsnorm.
De rechtbank had de besluiten vernietigd maar de rechtsgevolgen gehandhaafd, waarbij werd geoordeeld dat de verlaging binnen de verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad viel en niet in strijd was met rechtszekerheid of vertrouwensbeginsel. Appellanten gingen in hoger beroep tegen het handhaven van de rechtsgevolgen.
De Raad oordeelde dat de gemeenteraad bevoegd was de hoogte van de toeslag te verlagen en dat de verwijzing naar het Meerjarenbeleidsplan als onderbouwing van de voorzienbaarheid van de verlaging terecht was. De bewering dat de verlaging in strijd zou zijn met de bedoeling van de wetgever werd verworpen, mede omdat de decentralisatie van de toeslag juist ruimte biedt voor gemeentelijke beleidsvrijheid.
Ook de terugwerkende kracht van de verordening tot 1 januari 2012 werd geaccepteerd, omdat de verlaging voorzienbaar was en tijdig was aangekondigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de langdurigheidstoeslag voor alleenstaanden en wijst het hoger beroep af.