ECLI:NL:CRVB:2014:2459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en beoordeling bijstandsaanvraag met onduidelijkheden over levensonderhoud
Appellant, die sinds 2005 bijstand ontving, had deze bijstand ingetrokken gekregen wegens schending van de inlichtingenverplichting omtrent een woning in Marokko, een bankrekening en een nalatenschap. Na eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, diende appellant opnieuw een aanvraag in voor bijstand die werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat het college zich ten onrechte had op het standpunt gesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Het college had het besluit van 10 juni 2013 herroepen en opnieuw beoordeeld, maar de Raad oordeelt dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn levensonderhoud, ondanks het overleggen van verklaringen over leningen van familie en vrienden en de stelling dat hij door te bedelen in zijn levensonderhoud voorzag.
De Raad stelt dat de verklaringen over leningen niet objectief verifieerbaar zijn en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Daarom is het beroep tegen het besluit van 10 juni 2013 ongegrond. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 juni 2013 wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevende omstandigheden.