Appellant, die een uitkering op grond van de Ziektewet ontving, vroeg het Uwv om een starterskrediet voor een onderneming in skimboards. Het Uwv vroeg advies aan Haver Reïntegratie B.V. en het Nederlands Instituut Haalbaarheids Advies (NIHA). Haver oordeelde positief over de ondernemingszin, maar NIHA gaf een negatief advies vanwege een zwakke bedrijfsformule, hoge financieringsbehoefte en onvoldoende ontwikkelde ondernemerscapaciteiten.
Op basis van het NIHA-advies weigerde het Uwv het krediet. Appellant maakte bezwaar en leverde nadere toelichting, maar het NIHA handhaafde zijn standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het Uwv beoordelingsvrijheid heeft en dat het NIHA-advies zorgvuldig en gemotiveerd is. De eigen verwachtingen van appellant zijn onvoldoende om het advies te weerleggen. Het Uwv heeft dus terecht het krediet geweigerd en de rechtbank heeft het beroep terecht afgewezen.