ECLI:NL:CRVB:2014:2543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens vertraagde uitbetaling bedrijfskrediet na onrechtmatige afwijzing
Appellant, ondernemer in detailhandel, diende in 2006 een aanvraag in voor een bedrijfskrediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college wees deze aanvraag onrechtmatig af, waarna de rechtbank Alkmaar in 2008 het college verplichtte het krediet toe te kennen.
Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens de vertraging in de uitbetaling van het krediet, bestaande uit gederfde inkomsten. Het college wees dit af, stellende dat het krediet pas vanaf 19 augustus 2008 toegekend kon worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens onvoldoende causaal verband.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het college onrechtmatig heeft gehandeld en dat appellant recht heeft op schadevergoeding. Deze vergoeding is beperkt tot de wettelijke rente over het bedrag van het krediet vanaf het moment dat het krediet uiterlijk betaald had moeten worden. De Raad wijst de berekening van de rente toe en vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarin de schadevergoeding conform deze uitspraak wordt vastgesteld. Daarnaast wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college wordt verplicht een schadevergoeding te betalen bestaande uit wettelijke rente over het bedrijfskrediet vanaf het moment dat het krediet uiterlijk betaald had moeten worden.