ECLI:NL:CRVB:2014:2839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering heropening WAO-uitkering wegens ondeugdelijke motivering
Appellant, laatstelijk agrarisch medewerker, had een WAO-uitkering die in 2007 werd ingetrokken vanwege afname van arbeidsongeschiktheid. In 2008 meldde hij zich ziek vanwege toegenomen klachten en vroeg heropening van de WAO-uitkering. Het UWV weigerde dit omdat geen periode van vier weken toegenomen arbeidsongeschiktheid was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep erkende het UWV dat de beperkingen waren toegenomen, maar stelde dat dit niet leidde tot een relevante toename van arbeidsongeschiktheid. Psychiater Notten stelde geen psychiatrische stoornis vast. De Raad onderschreef dit en concludeerde dat de FML van juli 2013 juist was. De arbeidsdeskundige vond geen toename van arbeidsongeschiktheid op basis van geschikte functies.
De Raad oordeelde echter dat het UWV het besluit pas in hoger beroep deugdelijke had gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit op een ondeugdelijke grondslag berustte. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering heropening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, beroep gegrond verklaard en proceskosten aan appellant toegekend.