ECLI:NL:CRVB:2014:2882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering uitbetaling resterende verlofuren bij einde dienstverband ambtenaar
Appellante was tijdelijk aangesteld bij de gemeente Apeldoorn en kreeg te horen dat haar aanstelling niet werd verlengd. Zij wenste haar resterende verlofuren uitbetaald te krijgen in plaats van deze op te nemen. Het college besloot echter dat zij het verlof voorafgaand aan het ontslag moest opnemen en weigerde de uitbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij stelde dat het college niet bevoegd was om haar verlof op te leggen en dat er sprake was van een onrechtmatige schorsing.
De Raad oordeelde dat het college op grond van de Apeldoornse Arbeidsvoorwaardenregeling bevoegd is om vakantie te verlenen, ook tegen de wens van de ambtenaar in, mits rekening wordt gehouden met dienstbelangen. Het college mocht een bestendige gedragslijn volgen waarbij verlofuren voorafgaand aan ontslag moeten worden opgenomen om budgettaire redenen. De stellingen van appellante werden verworpen en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mocht het verlof voorafgaand aan het ontslag opleggen zonder uitbetaling van resterende verlofuren.