Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van J.R. van Ravenstein als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 september 2014.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds juni 2005 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). In 2011 werd de uitkering voortgezet vanwege arbeidsongeschiktheid. De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat appellant op 5 oktober 2010 in Thailand was gehuwd, wat niet was gemeld. Hierdoor werd de uitkering met ingang van 1 november 2010 beëindigd en teruggevorderd.
Appellant stelde dat hij en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leefden en dat het huwelijk pas in 2011 in Nederland geregistreerd werd. Ook voerde hij aan dat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden in geval van zorgrelaties discriminerend zou zijn. De Raad oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig was vanaf de datum van het sluiten in Thailand en dat het ontbreken van mededeling een schending van de mededelingsplicht vormde.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de uitkering terecht werd beëindigd en teruggevorderd. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, ondanks de financiële situatie van appellant. De uitspraak van de rechtbank Limburg werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en terugvordering van de nabestaandenuitkering wegens niet-naleving van de mededelingsplicht over het huwelijk.