ECLI:NL:CRVB:2013:CA1660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen na beëindiging duurzaam gescheiden leven ondanks scheiding van tafel en bed
Betrokkenen ontvingen AOW-pensioen naar de norm voor ongehuwden omdat zij sinds 1990 gescheiden van tafel en bed waren en als duurzaam gescheiden levend werden aangemerkt. Vanaf 1 oktober 2006 zijn zij echter weer een woning gaan delen, waardoor de toestand van duurzaam gescheiden leven is opgeheven.
De rechtbank had geoordeeld dat betrokkenen ondanks het delen van een woning vanwege hun geloofsovertuiging als ongehuwd moesten worden aangemerkt. De Raad volgt dit oordeel niet en stelt dat de wettelijke regeling geen onderscheid maakt op grond van geloofsovertuiging en geen beperking vormt van de godsdienstvrijheid.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken voor zover zij betrokkenen als ongehuwd aanmerken vanaf 1 oktober 2006 en herroept de besluiten van 29 november 2007. De AOW-pensioenen worden herzien met ingang van die datum naar de gehuwdennorm.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de procedure onredelijk lang heeft geduurd en opent het onderzoek opnieuw voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Staat der Nederlanden wordt als partij in die procedure aangemerkt.
Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkenen in hoger beroep.
Uitkomst: De AOW-pensioenen van betrokkenen worden herzien met ingang van 1 oktober 2006 en het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.