ECLI:NL:CRVB:2014:3190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden erfenisaanspraak
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en meldde niet dat zij aanspraak had op een deel van de nalatenschap van haar overleden moeder, waaronder onroerende zaken in Turkije.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden, maar dat het recht op bijstand kon worden vastgesteld omdat zij over vermogen boven het vrij te laten bedrag kon beschikken.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet kon beschikken over haar erfdeel. De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs over haar aandeel kon beschikken door scheiding en deling van de nalatenschap te vorderen, ook al had zij geen stappen ondernomen om dit te effectueren.
De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet melden van de erfenisaanspraak wordt bevestigd.