ECLI:NL:CRVB:2014:3408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens langer verblijf buitenland zonder melding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verbleef van 20 maart tot 18 september 2012 in Pakistan, langer dan de toegestane vier weken. Zij meldde dit niet aan het college, wat een schending van de inlichtingenverplichting oplevert. Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde het bedrag terug.
Appellante voerde aan dat haar medische situatie haar verhinderde de melding te doen en dat er sprake was van zeer dringende redenen. De Raad oordeelde dat de medische informatie onvoldoende was om een acute noodsituatie aan te tonen en dat de schending van de inlichtingenverplichting haar kan worden verweten.
Verder werd het bruteren van de terugvordering door het college als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.