ECLI:NL:CRVB:2014:3953
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering bij weigering AWBZ-zorgindicatie
Appellant, bekend met schizofrenie, vroeg op grond van de AWBZ indicatie aan voor persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding individueel. Het CIZ wees de aanvraag aanvankelijk af, waarna gedeeltelijke indicatie voor begeleiding werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat de zorgbehoefte onjuist is ingeschat, dat geen huisbezoek is verricht en dat de omvang van de zorg onvoldoende is vastgesteld. De Raad beoordeelt dat het CIZ niet heeft voldaan aan de onderzoeksplicht zoals vereist in het Zorgindicatiebesluit, met name door onvoldoende overleg en afstemming met de behandelende GGZ-sector.
Het standpunt van de medisch adviseur dat AWBZ-zorg tot gezondheidsschade kan leiden, is niet deugdelijk onderbouwd. De Raad concludeert dat het bestreden besluit berust op onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering en draagt het CIZ op binnen zes weken het besluit te herstellen door nader medisch onderzoek te verrichten en afstemming met de behandelaars te zoeken.
Uitkomst: Het CIZ wordt opgedragen het besluit te herstellen wegens onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering.