Uitspraak
16.7664 AWBZ
3 november 2016, 15/653 (aangevallen einduitspraak)
OVERWEGINGEN
24 april 2015.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 503,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, bekend met ernstige psychische klachten, was sinds 2012 geïndiceerd voor AWBZ-zorg. Na een aanvraag herindicatie in 2014 verleende het CIZ een indicatie voor Begeleiding Individueel en Groep, maar paste later de looptijd aan en verklaarde het bezwaar van betrokkene ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het CIZ onvoldoende onderzoek had gedaan en het gebrek in het besluit niet had hersteld, mede vanwege het ontbreken van afstemming met behandelaars en het niet nader onderzoeken van de noodzaak van AWBZ-zorg naast Zvw-behandeling.
Het CIZ voerde in hoger beroep aan dat de onderzoeksplicht voldoende was nagekomen, maar kon dit niet onderbouwen met aanvullend onderzoek of afstemming met de betrokken zorgverleners. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het CIZ tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht en het gebrek niet had hersteld.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Raad bepaalde tevens dat appellant griffierecht moest betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CIZ wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende onderzoeksplicht.