ECLI:NL:CRVB:2014:4004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.J.A. Kooijman
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim bij onjuiste belastingaangiften en niet gemelde nevenwerkzaamheden
Appellant was sinds 1988 werkzaam bij de Belastingdienst en werd in 2011 geschorst en ontslagen wegens plichtsverzuim. Het plichtsverzuim betrof onjuiste aangiften inkomstenbelasting voor zichzelf en zijn overleden echtgenote over de jaren 2007 en 2008, alsmede het niet melden van nevenwerkzaamheden.
De rechtbank had het beroep tegen de schorsing gegrond verklaard, maar het beroep tegen het ontslag ongegrond. In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend tegen het handhaven van het ontslagbesluit.
De Raad oordeelde dat appellant verantwoordelijk bleef voor de fouten in de aangiften, ook al waren deze grotendeels door zijn zwager verzorgd. Het voortzetten van de onderneming van zijn overleden echtgenote, ondanks beperkte schaal, had schriftelijk gemeld moeten worden. Gezien de functie van appellant en de ernst van het plichtsverzuim was het ontslag niet onevenredig.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van appellant wordt bevestigd wegens plichtsverzuim.