ECLI:NL:CRVB:2014:494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering passende arbeid en gevolgen voor WW-uitkering
Betrokkene was in dienst bij de gemeente Westerveld en werd wegens ongeschiktheid elders binnen de organisatie geplaatst. Na een aanbod voor passende arbeid op 19 november 2009 reageerde betrokkene niet definitief, mede vanwege overleg met zijn vakbond. Het UWV trok daarop de WW-uitkering in wegens verwijtbare werkloosheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat betrokkene het aanbod niet expliciet had afgewezen en dat appellant geen termijn had gesteld voor acceptatie, waardoor geen sprake was van verwijtbare werkloosheid. Het UWV herzag daarop het besluit en handhaafde de uitkering.
In hoger beroep stelde appellant dat betrokkene wel degelijk wist dat weigering tot werkloosheid zou leiden en dat het aanbod bindend was. Betrokkene stelde dat hij het aanbod niet definitief had afgewezen en dat het aanbod niet als finaal was gepresenteerd.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak alleen sprake is van nalaten passende arbeid te aanvaarden indien het aanbod expliciet is afgewezen of binnen een redelijke termijn is geaccepteerd. Nu appellant geen termijn stelde en betrokkene niet expliciet afwees, kan het handelen niet als nalaten worden aangemerkt. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep tegen het hernieuwde besluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WW-uitkering wordt gehandhaafd.