Uitspraak
1 juni 2012, 11/984 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
30 september 2008 heeft het Uwv werkneemster met ingang van 4 augustus 2008 in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering. Een kopie van dit besluit heeft het Uwv op diezelfde dag toegezonden aan appellante. Appellante heeft tegen het besluit van
30 september 2008 geen bezwaar gemaakt.
WW-uitkering van werkneemster per direct stop te zetten, die uitkering met terugwerkende kracht tot 4 augustus 2008 of een latere datum te herzien dan wel in te trekken en de onverschuldigd betaalde uitkering terug te vorderen.
WW-uitkering in de maand maart 2011 heeft het Uwv niet-ontvankelijk verklaard omdat die betaling niet meer is dan een uitvloeisel van het besluit van 30 september 2008 en rechtsgevolg mist.
4 augustus 2008 moet worden ingetrokken omdat werkneemster niet voldoende heeft gesolliciteerd en niet beschikbaar is geweest in verband met het volgen van een dagopleiding. Appellante is van mening dat de ten onrechte aan werkneemster betaalde uitkering moet worden teruggevorderd. Volgens appellante heeft het Uwv onvoldoende gecontroleerd op naleving van de WW-verplichtingen door werkneemster. Appellante heeft verder naar voren gebracht dat aan de betaling van de WW-uitkering in de maand maart 2011 een besluit ten grondslag ligt om de uitkering ongewijzigd voort te zetten en dat haar bezwaar tegen dit besluit ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
re-integratietaak, nauwgezet volgen of haar voormalige werknemer aan zijn
WW-verplichtingen voldoet en, indien daarvan geen sprake is, een gedocumenteerde melding aan het Uwv doen.
re-integratietaak van de overheidswerkgever op grond van artikel 72a van de WW opgesteld door het zogenoemde “Platform 72a WWˮ. In die werkwijzer is een praktische uitwerking gegeven van wat overheidswerkgevers en het Uwv van elkaar mogen en kunnen verwachten en op welke wijze zij gegevens uitwisselen. Uit de werkwijzer volgt dat de controletaak van het Uwv is beperkt tot de (kwantitatieve) verplichting van de overheidswerkloze om elke vier weken vier sollicitaties te verrichten. Een beoordeling van de kwaliteit van de sollicitaties wordt tot de re-integratietaak van de overheidswerkgever gerekend. Dat in dit geval de re-integratietaak op appellante rust, wordt door haar niet bestreden, noch dat het aan haar is om toe te zien op de kwaliteit van de sollicitaties.
WW-uitkering. De bezwaren van appellante tegen de afwijzing van de verzoeken die appellante bij brief van 25 maart 2011 bij het Uwv had neergelegd, zijn door het Uwv terecht ongegrond bevonden.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij niet is beslist op de beroepsgrond dat het bezwaar tegen de betaling van WW-uitkering aan werkneemster in maart 2011 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard;
- verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen de
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 466,- vergoedt.