Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Werknemer was van 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2012 in dienst bij appellante. Na het einde van het dienstverband ontving werknemer een WW-uitkering. Appellante meldde aan het UWV verwijtbaar gedrag van werknemer tijdens het re-integratietraject en verzocht om herziening van de uitkering en terugvordering.
Het UWV stelde een onderzoek in naar de sollicitatieactiviteiten van werknemer in oktober en november 2012 en concludeerde dat werknemer aan zijn sollicitatieplicht had voldaan. Appellante maakte bezwaar tegen de afwijzing, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de sollicitatiefase pas na 14 augustus 2012 zou starten op basis van afspraken met Randstad.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV een nader onderzoek had moeten instellen naar de sollicitatieactiviteiten in augustus en september 2012. De Raad oordeelde echter dat het UWV niet verwijtbaar heeft gehandeld door geen maatregel op te leggen, omdat werknemer op grond van de afspraken met Randstad en appellante niet verplicht was vóór 14 augustus 2012 te solliciteren en de sollicitatiefase in augustus en september nog niet was aangevangen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak, wees het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.