Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 974,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 466,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg op 23 juni 2011 algemene bijstand aan, maar het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees deze aanvraag af omdat betrokkene niet aannemelijk kon maken dat hij op het opgegeven adres woonde. Het bezwaar hiertegen werd eveneens afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat betrokkene recht heeft op bijstand vanaf de meldingsdatum.
Het college stelde in bezwaar alsnog bijstand toe over de periode van 23 juni tot 30 augustus 2011, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar van het college gegrond, vernietigde het besluit en stelde dat betrokkene vanaf 23 juni 2011 recht heeft op bijstand volgens de geldende norm.
In hoger beroep betoogde het college dat de toekenning slechts voor de beoordelingsperiode geldt en dat de bijstand per 30 augustus 2011 ingetrokken had moeten worden. De Raad oordeelde echter dat de Wet werk en bijstand geen grondslag biedt voor het verlenen van bijstand voor een bepaalde termijn en dat geen intrekkingsgrond bestond per 30 augustus 2011.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, wees het hoger beroep af en veroordeelde het college in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene vanaf 23 juni 2011 recht heeft op bijstand en wijst het hoger beroep van het college af.